Soroptimistclub ’s-Gravenhage: het begin van het Soroptimisme in Nederland
In 1927 werd in Den Haag de eerste Nederlandse Soroptimistclub opgericht. Het verhaal van een groep bijzondere vrouwen die met idealen, daadkracht en een sterk geloof in internationale verbondenheid de basis legden voor honderd jaar Soroptimisme in Nederland.
Een bijzondere geschiedenis
In 2027 vieren we een bijzondere mijlpaal: dan is het precies 100 jaar geleden dat in Nederland de eerste Soroptimistclub werd opgericht. Dat gebeurde op 27 november 1927 in ’s-Gravenhage, zes jaar nadat in Oakland, Californië, de eerste Soroptimistclub ter wereld was opgericht. Den Haag was daarmee het beginpunt van het Soroptimisme in Nederland. Een geschiedenis die begon met een aantal bijzondere, vooruitstrevende vrouwen en uitgroeide tot een netwerk dat inmiddels een eeuw lang vrouwen met elkaar verbindt.
Maar hoe is het eigenlijk begonnen?
De vrouwen aan de wieg
De vrouwen die in 1927 aan de wieg stonden van het Soroptimisme in Nederland waren stuk voor stuk bijzonder en vooruitstrevend. Zij waren werkzaam als jurist, arts, in de gezondheidszorg en de politiek, maar ook als beeldend kunstenaar, musicus, actrice, wetenschapper of docent. Anderen werkten bij instellingen op het gebied van kunst en cultuur. Het waren vrouwen die hun vak serieus namen, maatschappelijk betrokken waren en hun blik nadrukkelijk over de grenzen heen richtten.
Een van de belangrijkste vrouwen in dit verhaal was Esther Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck (1876–1956). Zij was journaliste, schrijfster en actief in de vrouwenbeweging. In 1927 bracht zij het Soroptimisme naar Nederland en richtte zij in Den Haag de eerste Nederlandse Soroptimistclub op. Maar het bleef niet bij één vrouw. Al vanaf de oprichting vormde zich een groep professionele vrouwen uit verschillende vakgebieden. Dat was ook precies de bedoeling: binnen een club streefde men naar een brede spreiding van beroepen, zodat vrouwen elkaar vanuit verschillende werkkringen konden ontmoeten en inspireren.
Van Amerika naar Parijs
Het Soroptimisme ontstond in 1921 in Oakland, Californië. In Europa werd de beweging in 1923 in Londen geïntroduceerd en in 1924 volgde Parijs. Vanuit Parijs zou het Soroptimisme vervolgens Nederland bereiken.
Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck maakte tijdens een werkbezoek aan Amerika kennis met het Soroptimisme. De beweging maakte indruk op haar. Toen zij later in Parijs kwam, besloot zij er daadwerkelijk kennis mee te maken. Dat werd een ontmoeting die haar leven en de geschiedenis van het Soroptimisme in Nederland zou veranderen.
In het voorjaar van 1927 vertrok zij naar Parijs, met een uitnodiging van de Parijse Soroptimistclub op zak:
‘Diner du 17 Mai Soroptimist Club, 8 rue Jean Goujon 8 heure. Invitée de la Présidente Madame le Docteur A. Noël.’
De uitnodiging was afkomstig van dr. Suzanne Noël, de beroemde Franse arts en pionier van de plastische chirurgie, die betrokken was bij de oprichting van de Parijse Soroptimistclub. Later zou Noël ook het charter van de eerste Nederlandse club uitreiken. Welmoet beschreef haar eerste kennismaking met de Soroptimisten als hartelijk en ongedwongen. De leden droegen een groot geelzijden lint met daarop hun naam en functie. Dat maakte het gemakkelijk om elkaar aan te spreken.
Maar belangrijker nog: vrijwel onmiddellijk ontdekte Welmoet dat zij zich tussen deze vrouwen thuis voelde. Ze schreef:
‘En zie nauw was ik aan een der vice-presidenten voorgesteld of daar klonken al namen van wederzijdsche Nederlandsche bekenden en vrienden, namen die klonken als een klok en waardoor je je dadelijk “thuis” voelde.’
De ontmoeting maakte grote indruk op haar. Ze zag een groep vrouwen die elkaar niet alleen professioneel ontmoetten, maar zich ook verbonden voelden door een gezamenlijk maatschappelijk ideaal. Terug in Nederland wist ze wat haar te doen stond.
Net van draden
Welmoet besloot een Nederlandse Soroptimistclub op te richten. Voor haar was dat meer dan het organiseren van bijeenkomsten voor beroepsvrouwen. Zij zag vooral de kracht van internationale verbondenheid.
In haar woorden:
‘[…] er niet genoeg gearbeid kan worden aan het net van draden, dat internationaal gespannen moet worden tussen alle mogelijke groepen, willen we ooit den wereldvrede naderen.’
Dat beeld van een ‘net van draden’ zou een mooie metafoor blijken voor de ontwikkeling van het Soroptimisme. Wat begon met een kleine groep vrouwen in Den Haag, zou in de jaren daarna uitgroeien tot een steeds groter internationaal netwerk.
De Blijmoedige Zusteren
Op 26 november 1927, één dag vóór de oprichting van de club, publiceerde Welmoet in het Algemeen Handelsblad een artikel met de titel ‘De Blijmoedige Zusteren’.
Daarin beschreef zij haar kennismaking met het Soroptimisme en haar wens om ook in Nederland een club van professionele vrouwen op te richten. Ze schreef:
‘Dat ik in Nederland wél van de Rotarians had gehoord, maar niet van hun vrouwelijke evenbeelden, kon ze moeilijk verkroppen.’
Het was duidelijk: als professionele mannen elkaar konden ontmoeten en zich gezamenlijk maatschappelijk konden inzetten, dan moesten vrouwen diezelfde mogelijkheid krijgen. Ook de naam Soroptimist werd in Nederland van betekenis voorzien. In de historische uitleg van Welmoet werd het woord verbonden aan de Latijnse woorden sorores – zusters – en optimae. De Nederlandse Soroptimisten kozen ervoor dit te vertalen als ‘blijmoedige zusters’: vrouwen die met betrokkenheid en optimisme hun werk en maatschappelijke taak vervullen.
Tegenwoordig wordt de naam vooral uitgelegd vanuit soror – zuster – en optimus – beste. De gedachte erachter is nog altijd dezelfde: vrouwen die elkaar versterken en het beste voor vrouwen en meisjes nastreven.
27 november 1927: de oprichting
Op 27 november 1927 was het zover. In huize Anjema aan de Lange Vijverberg in Den Haag vond de ‘inaugureele lunch’ plaats van de eerste Nederlandse club van beroepsvrouwen.
De Haagsche Courant kondigde de bijeenkomst op 25 november aan:
‘Op zondag 27 dezer zal in den huize Anjema alhier de inaugureele lunch plaats hebben van de eerste Nederlandsche Club van beroepsvrouwen, welke club de provincies Zuid-Holland en Utrecht omvat. Een tweede club Noord-Holland is in voorbereiding.’
Daarmee was Club ’s-Gravenhage een feit: de eerste Soroptimistclub van Nederland en daarmee de oudste Nederlandse Soroptimistclub. Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck werd de eerste presidente. Het charter van de club werd uitgereikt door Suzanne Noël.
De eerste leden
Het eerste bestuur bestond, naast Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck, uit dr. M.E. Lulius van Goor, A. Verhagen, C.P. Knottenbelt, Th.J.E. van Aken, jkvr. dr. B. Elias en W.J. Laman Trip-Nolen.
Ook de leden die zich in de beginjaren aansloten, vormden een indrukwekkend gezelschap.
Clasina Kluyver, lid vanaf 1927, was actief in de vredes- en vrouwenbeweging en werkte later bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op het terrein van Volkenbondzaken.
Dr. J.S.A.M. Knoop was vrouwenarts. Marie Muntendam-Isebree Moens was tandarts en zou later een belangrijke rol spelen bij de oprichting van het Steunfonds voor Soroptimisten. Ir. Catharina Pontier was hoofdingenieur bij de Octrooiraad. Ook jkvr. Jacoba Repelaer van Driel en concertzangeres Gerharda Rueb behoorden tot de leden van het eerste uur.
Het waren vrouwen uit verschillende vakgebieden, met verschillende talenten en achtergronden. Juist die diversiteit was een belangrijk onderdeel van het nieuwe netwerk.
Prinses Juliana op bezoek bij de Soroptimisten in 1996.
Meer dan samen lunchen
De nieuwe club trok al snel aandacht. En blijkbaar waren er ook mensen die zich afvroegen of de Soroptimisten niet vooral een groep Haagse dames waren die graag samen lunchten. Daarom voelden de Soroptimisten zich in 1927 geroepen om zelf duidelijkheid te scheppen. In het Algemeen Handelsblad schreven zij:
‘De bijeenkomsten van de club worden iederen tweeden Zondag van de maand gehouden tusschen 12 en 16 uur in restaurant Anjema op de Lange Vijverberg, waar tevens door de leden gezamenlijk de lunch gebruikt wordt.’
Vervolgens verwezen zij naar hun huishoudelijk reglement, omdat er stemmen waren opgegaan dat de Soroptimist Club niet meer zou zijn dan:
‘een troepje zich vervelende Haagsche dames’
De lunch was echter geen doel op zich. De bijeenkomsten boden juist de gelegenheid om elkaar te ontmoeten, kennis uit te wisselen, maatschappelijke onderwerpen te bespreken en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen. Het ideaal was groter dan de tafel waaraan zij zaten.
Vrouwen die het verschil maakten
Een van de vrouwen die in de jaren daarna een belangrijke plaats in de Haagse club innam, was Elisabeth ‘Betsy’ Brugsma (1887–1945). Zij was arts en zenuwarts en werd in 1927 lid van de nieuwe Haagse Soroptimistclub. In 1939 werd zij presidente van de club.
Brugsma zette zich onder meer in voor betere huisvesting van alleenstaande werkende vrouwen. Na haar dood in 1945 richtten Haagse Soroptimisten de Elisabeth Brugsma-stichting op. Deze stichting zou uiteindelijk leiden tot de Elisabeth Brugsmaflat, bedoeld voor alleenstaande werkende vrouwen.
Ook Marga Klompé behoorde tot de bekende Haagse Soroptimisten. Volgens het jubileumartikel van Club ’s-Gravenhage uit 2017 sprak zij in 1960 voor de leden over ‘Het vluchtelingenprobleem’. Het onderwerp laat zien hoe maatschappelijke vraagstukken die bijna een eeuw geleden binnen de club werden besproken, ook vandaag nog herkenbaar zijn.
Een netwerk dat steeds verder reikt
De wereldvrede waar Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck in 1927 op hoopte, is nog altijd niet bereikt. Haar beeld van een ‘net van draden’ is echter misschien wel treffender dan ooit. Wat begon met een ontmoeting van één Haagse vrouw met het Soroptimisme in Amerika en Parijs, groeide uit tot een netwerk van clubs en vrouwen in Nederland en daarbuiten.
Al in januari 1928 werd de tweede Nederlandse club, Noord-Holland, geïnaugureerd. Enkele dagen later, op 29 januari 1928, werd de Nationale Raad van Nederlandse Soroptimistclubs opgericht, de voorloper van de huidige Unie. De eerste Uniepresident was dr. M.E. Lulius van Goor van Club ’s-Gravenhage.
Het Soroptimisme verspreidde zich daarna snel door Nederland. De eerste vrouwen in Den Haag hadden daarmee iets in beweging gezet dat veel groter zou worden dan zij in 1927 konden vermoeden.
Van 1927 naar 2027
Honderd jaar geleden kwamen vrouwen in Den Haag bij elkaar vanuit een gedeeld geloof in ontmoeting, samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid. Vakvrouwen en pioniers, die kansen zagen waar anderen die nog niet zagen.
Hun ‘net van draden’ groeide in de afgelopen eeuw uit tot een internationaal netwerk, over steden, landen en generaties heen.
De wereld veranderde. De positie van vrouwen veranderde. Ook het Soroptimisme ontwikkelde zich. Wat bleef, is de kracht van verbinding, gelijkwaardigheid en vrouwen die hun kennis en talent inzetten voor de samenleving.
Een eeuw van vrouwelijke kracht
Tijdens de Inspirada in 2027 vieren we een eeuw van vrouwelijke kracht en kijken we samen vooruit.
Artikel oprichting eerste Soroptimistenclub
Welmoet Wijnaends Francken-Dyserinck
Vrouwen voor het Vredespaleis
Bron: met dank aan Madelief Hohé. | Foto’s: uit eigen archief.